Wie heeft een pacemaker nodig?

Artsen raden om vele redenen pacemakers aan. De meest gebruikelijke redenen zijn een bradycardie of een hartblok (Atrioventriculair blok)

Een Bradycardie is een hartslag die langzamer is dan normaal. Een hartblok is een afwijking die optreedt als een elektrisch signaal wordt vertraagd of onderbroken als deze zich door het hart beweegt.

Een hartblok kan het resultaat zijn van het ouder worden, beschadiging van het hart door een hartaanval of andere gesteldheden die de elektrische activiteit van het hart verstoren. Sommige zenuw- en spierziektes kunnen ook een hartblok veroorzaken, inclusief spierdystrofie.

Uw arts kan u ook een pacemaker aanraden als:

  • Veroudering of hartproblemen het vermogen van de sinusknoop om de juiste snelheid van het hart te bepalen, hebben beschadigd. Dergelijke beschadigingen veroorzaken dat het hart langzamer slaat dan normaal of veroorzaken langere pauzes tussen de slagen. De schade kan ook veroorzaken dat uw hart schakelt van langzame naar snelle hartslagen. Deze aandoening wordt het “Sick Sinus Syndroom” genoemd.
  • U een medische ingreep heeft gehad om een ritmestoornis zoals atriale fibrillatie te behandelen. Een pacemaker kan helpen om uw hartslag na de ingreep te reguleren.
  • U bepaalde medicijnen voor het hart inneemt, zoals betablokkers. Deze medicijnen vertragen het hart te veel.
  • U flauw valt of heeft andere symptomen heeft van een langzame hartslag. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als de hoofdslagader in uw nek die uw hersenen van bloed voorziet, gevoelig is voor druk. Het alleen maar snel draaien van de nek kan al veroorzaken dat uw hart langzamer klopt dan normaal. Dit kan erin resulteren dat uw hersenen te weinig bloed krijgen waardoor u zich flauw voelt of gaat instorten.
  • U hartspierproblemen heeft waardoor elektrische signalen te langzaam door de hartspier bewegen. Een pacemaker kan voorzien in cardiale resynchronisatie therapie (CRT) voor dit probleem. CRT apparaten coordineren elektrische signalen tussen de twee onderste kamers van het hart.
  • Het lange QT-syndroom heeft waardoor u het risico loopt op gevaarlijke ritmestoornissen.

Artsen kunnen ook pacemakers aanbevelen aan mensen die een aangeboren hartafwijking hebben of mensen die een harttransplantatie hebben gehad. Kinderen, tieners en volwassen kunnen een pacemaker dragen.

Voordat een pacemaker wordt aangeraden, zal uw arts alle symptomen van ritmestoornissen in overweging nemen. Symptomen zoals duizeligheid, onverklaard flauwvallen of kortademigheid. Er zal worden overwogen wat u verleden is met hartziektes, welke medicijnen u momenteel en wat er uit een hartonderzoek komt.

Diagnostische testen

Veel onderzoeken worden gedaan om ritmestoornissen op te sporen. U zult misschien wel eens een van de onderstaande testen hebben gehad

EKG (elektrocardiogram)

Een EKG is een simpele, pijnloze test die de elektrische activiteit van het hart opspoort en vastlegt. De test laat zien hoe snel uw hart klopt en het ritme (regelmatig of onregelmatig) Een standaard EKG legt alleen maar de hartslag voor een paar seconden vast. De test spoort geen ritmestoornissen op die niet voorkomen tijdens de test. Voor een diagnose ritmestoornissen die komen en gaan, kan uw arts besluiten om u een draagbare EKG te laten dragen. De twee meest gebruikelijke zijn het Holteronderzoek en de eventrecorder.

Holteronderzoek en Eventrecorder

Bij een holteronderzoek wordt 24-48 uur de elektrische activiteit van het hart vastgelegd. U draagt de draagbare EKG tijdens uw normale bezigheden. Hierdoor is het mogelijk dat de activiteit voor een langere tijd wordt vastgelegd in tegenstelling tot een standaard EKG.

Een eventrecorder is vergelijkbaar met een Holter monitor. U draagt een eventrecorder terwijl u de gewone dagelijkse dingen doet. Een eventrecorder legt echter alleen de elektrische activiteit van het hart vast op bepaalde tijdstippen als u hem draagt.

Voor veel eventrecorders geldt dat u op een knop moet drukken als u bepaalde symptomen voelt. Weer andere eventrecorders starten automatisch als ze ongewone activiteiten waarnemen

U kunt wekenlang een eventrecorder dragen of totdat er symptomen optreden.

Echocardiografie

Echocardiografie (een echo)maakt gebruik van geluidsgolven om een bewegend beeld van uw hart te maken. De test laat de grootte en vorm van uw hart zien en hoe goed u kamers en kleppen werken.

Echo also can show areas of poor blood flow to the heart, areas of heart muscle that aren’t contracting normally, and injury to the heart muscle caused by poor blood flow.

Een echo kan ook laten zien of er te weinig bloed naar het hart gaat, of de hartspieren normaal samentrekken en of er schade aan het hart is, veroorzaakt door te weinig bloedtoevoer.

Electrofysiologisch onderzoek

Voor deze test wordt een dunne, flexibele draad door een ader in uw lies (bovenbeen) of arm naar uw hart gevoerd. De draad registreert de elektrische signalen van het hart.

Uw arts gebruikt deze draad om elektrisch uw hart te stimuleren. Dit stelt uw arts in staat om te zien hoe het elektrische systeem van uw hart reageert. Deze test helpt om vast te stellen waar het elektrische systeem van het hart is beschadigd.

Stress Test

Sommige hartproblemen zijn makkelijker vast te stellen als het hart snel klopt en hart werkt.

Tijdens een stress test, beweegt u om het hart hard te laten werken en snel te laten kloppen terwijl een test zoals een EKG of echo wordt uitgevoerd. Als u niet meer kunt bewegen, is het mogelijk dat er medicijnen worden gegeven om de hartslag te verhogen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *