Hoe werkt een pacemaker?

Een pacemaker bestaat uit een batterij, een geautomatiseerde generator en draden met sensoren aan hun uiteinden. De sensoren worden elektroden genoemd. De batterij voedt de generator en beiden worden omgeven door een dunne metalen omhulsel. De draden verbinden de generator met het hart.

Een pacemaker helpt om de hartslag te monitoren en te controleren. De elektroden detecteren de elektrische activiteit van het hart en sturen gegevens door de draden naar de computer in de generator.

Als het ritme van het hart ongewoon is, zal de computer aan de generator opdracht geven een een elektrische pulsen naar het hart te sturen. De pulsen gaan door de draden en bereiken zo het hart.

Nieuwere pacemakers kunnen de bloedtemperatuur, de ademhaling en andere factoren monitoren. Ze kunnen ook de hartslag aanpassen naar veranderingen in uw activiteiten.

De computer van de pacemaker kan ook de elektrische activiteit en het ritme van het hart vastleggen. De arts zal deze gegevens gebruiken om de pacemaker aanpassen zodat hij beter zijn werk kan doen voor u.

De arts kan de pacemaker programmeren met een extern apparaat en hoeft zodoende niet onnodig direct contact te hebben met de pacemaker.

Pacemakers hebben 1 to 3 draden die allemaal in verschillende kamers van het hart worden geplaatst.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *